Het gebeurt op bijna elk kantoor. Iemand wil snel een lastige mail herschrijven of een lang stuk samenvatten, en ChatGPT staat toch al open. Dus gaat de tekst erin, met naam, dossiernummer en al. Klaar in dertig seconden.
Handig, zeker. Maar daarmee is de vraag niet beantwoord: waar is die tekst nu, en wie kan erbij?
Waar uw invoer naartoe gaat
Alles wat u in een publieke AI-tool typt, verlaat uw kantoor. De verwerking gebeurt op servers van de aanbieder, vaak buiten Europa. Wat er daarna met die invoer gebeurt, verschilt per aanbieder, per abonnement en per instelling. Voor een gebruiker is dat nauwelijks te overzien, laat staan te controleren.
Voor een recept of een vakantie-idee maakt dat niets uit. Voor een dossier met namen, adressen en financiële gegevens ligt dat anders.
Wat de regels ervan vinden
De AVG vraagt dat u weet waar persoonsgegevens staan en wie er toegang toe heeft. Veel beroepsgroepen leggen de lat nog hoger, met geheimhoudingsplicht en eigen richtlijnen. Vertrouwelijke klantdata invoeren in een tool waarvan u de verwerking niet kunt overzien, past daar niet bij. Niet omdat AI verboden is, maar omdat u de controle uit handen geeft.
“De vraag is niet óf uw mensen AI gebruiken. Dat doen ze al. De vraag is of dat op een veilige plek gebeurt.”
Het eerlijke antwoord
Verbieden lost weinig op. Deze tools zijn populair omdat ze echt helpen, en een verbod verplaatst het gebruik hooguit naar de telefoon in de pauze. De oplossing is dezelfde hulp aanbieden op een plek die wél veilig is: AI die lokaal draait, op een server in uw eigen pand.
Uw mensen houden het gemak, uw data blijft binnen uw eigen muren, en u kunt laten zien wat ermee gebeurt. Zo verandert “mag dit eigenlijk wel?” in een vraag waar u rustig ja op kunt zeggen.
Wouter Porton
Co-founder, frontend en devops bij Vastpilot